Michael Baigent, De race naar Armageddon. Een controversiële kijk op het einde der tijden

Michael Baigent, De race naar Armageddon. Een controversiële kijk op het einde der tijden

Als je de titel leest, denk je waarschijnlijk aan een beschrijving van apocalyptische aard, zoals je die in geschriften van sectarische schrijvers volop aantreft. In het Voorwoord wordt dit al duidelijk. Het gaat hier juist om de beschrijving van Amerikaanse fundamentalistische auteurs en groeperingen, die geloven in de letterlijke tekstinterpretatie van de Bijbel en dus ook van de Openbaring van Johannes. De slag bij Armageddon, een locatie die vereenzelvigd wordt met het Oud-Testamentische Megiddo, zal volgens Op. 16,16-17 de beslissende slag zijn waarin een triomferende Christus de duivelse machten voorgoed verslaat. Baigent heeft niets op met fundamentalisten, in welke van de drie monotheïstische godsdiensten ze ook actief zijn. “In de kern is fundamentalisme een gestage, steeds dieper gravende woekering in de intolerantie en domheid, en die uiteindelijk haar einddoel zal bereiken als ze niet tot staan wordt gebracht.” Dat einddoel is dan de totale oorlog die fataal zal zijn voor de hele wereld. Even verderop op deze p. 18 schrijft hij dan ook: “Fundamentalistische religies zijn de grootste vijand van de mensheid.” Ze zijn uiterst gevaarlijk, aldus Baigent, “want fundamentalisten van alle religies bepalen een fors deel van de politieke agenda in de wereld.” (p.20). Jeruzalem is de stad die door deze drie religies wordt geclaimd als centraal gegeven. Om deze stad zal dan ook de eindstrijd losbarsten.
De eerste strijd om Jeruzalem, waarbij twee of drie van deze religies betrokken waren, vond plaats in 1099. Op 15 juli van dit jaar veroverden de kruisvaarders de “heilige stad” en richtten er een gruwelijk bloedbad aan. De strijd tussen de religies is nooit meer geluwd en duurt voort tot in onze eeuw, zowel tussen Israël en de Palestijnen als in Europa en Amerika, getuige de aanslagen in o.a. New York, Madrid en Londen. De islamitische terroristen gaan het verst door zichzelf op te blazen in de verwachting met zeventig maagden te mogen verkeren. Maar het gaat Baigent vooral om de christelijke fundamentalisten in de Verenigde Staten, die verwachten dat in de eindtijd het jodendom Christus als zaligmaker zal gaan belijden. Als dit gebeurd is, zal het einde der tijden daar zijn. De moskeeën in Jeruzalem zullen vernietigd worden, de tempel zal weer opgebouwd worden en er zal worden geofferd. Een predikant, Clyde Lott, begon al vast in samenwerking met rabbijn Chaim Richman, directeur van het Tempel Instituut, een rode koe te fokken, een dier dat onmisbaar in de tempeldienst schijnt te zijn.
De auteur geeft dan een exegetische beschrijving van Openbaring, zoals deze fundamentalisten die hanteren. Het is echt huiveringwekkend. De prediker John Hagee schrijft “dat Jezus zal komen ‘om zijn vijanden te vertrappen tot hun bloed Zijn gewaden bevlekt’” (p. 73). We zouden hierom kunnen glimlachen, als de situatie niet zo gevaarlijk zou zijn. George Bush sr. stond zwaar onder invloed van deze christenen. De auteur Chris Hedges schrijft dat 45 Republikeinse senatoren en 186 leden van het Huis van Afgevaardigden aanhangers zijn van wat hij de ‘christelijke fascisten’ noemt. Niet voor niets gebruikte Bush de term ‘kruistocht’. Hij bedoelde dit heel letterlijk, het zou een kruistocht zijn tegen Satan zelf die alle problemen in het Midden-Oosten veroorzaakt. De vijand is in zijn ogen een geestelijke vijand, hij wordt het vorstendom van de duisternis genoemd. Daar werd dus de Amerikaanse krijgsmacht tegen ingezet. Bush heeft letterlijk gezegd: “Ik geloof dat God wil dat ik president ben.” (p 162). God was in het Witte Huis aanwezig! Baigent beschrijft dit alles uitvoerig en gedocumenteerd. Organisaties die deze gedachten koesteren zijn er vele, Baigent noemt ze: Christian Right, de Southern Baptist Conventione, enzovoort. Dit alles begon overigens al onder Reagan. Ook de Tea Party is een tak van deze fundamentalistische boom. In de islam komen deze opvattingen eveneens voor, de auteur Da´ud verkondigt dezelfde krijgslustige ideeën vanuit een islamitisch gezichtspunt. Zo claimen de drie religies Jeruzalem. “Het is dus zo dat op dezelfde manier waarop de fundamentalistische Joden Jeruzalem en deze heilige rots beschouwen als het punt waar ‘God de daad van de schepping begon’, de fundamentalistische moslims Jeruzalem en de funderingssteen op de Tempelberg beschouwen als een cruciale plek in het leven van Mohammed en zijn overhandiging van de islam aan zijn volk”. (p. 225).
De confrontatie tussen deze religies is bedreigend voor de hele wereld. Baigent schrijft dat we de Rubicon al zijn overgestoken. Hij pleit uiteindelijk voor een maatschappij die verschillende expressies van Goddelijkheid accepteert, aan iedereen een pad toestaat. Dit gebeurt nu (nog?) niet, islamieten verfoeien soefi’s en alevieten, fundamentalistische christenen de vrijzinnigen. Baigent suggereert dat het monotheïstische geloof onverdraagzaamheid bevordert. “Al wat we nodig hebben is een ander gezichtspunt en, uiteraard, enige moed.” Zo luidt de laatste zin van dit uiterst belangwekkende en onthullende boek.

Wim Kleisen

Michael Baigent, De race naar Armageddon. Een controversiële kijk op het einde der tijden

Als je de titel leest, denk je waarschijnlijk aan een beschrijving van apocalyptische aard, zoals je die in geschriften van sectarische schrijvers volop aantreft. In het Voorwoord wordt dit al duidelijk. Het gaat hier juist om de beschrijving van Amerikaanse fundamentalistische auteurs en groeperingen, die geloven in de letterlijke tekstinterpretatie van de Bijbel en dus ook van de Openbaring van Johannes. De slag bij Armageddon, een locatie die vereenzelvigd wordt met het Oud-Testamentische Megiddo, zal volgens Op. 16,16-17 de beslissende slag zijn waarin een triomferende Christus de duivelse machten voorgoed verslaat. Baigent heeft niets op met fundamentalisten, in welke van de drie monotheïstische godsdiensten ze ook actief zijn. “In de kern is fundamentalisme een gestage, steeds dieper gravende woekering in de intolerantie en domheid, en die uiteindelijk haar einddoel zal bereiken als ze niet tot staan wordt gebracht.” Dat einddoel is dan de totale oorlog die fataal zal zijn voor de hele wereld. Even verderop op deze p. 18 schrijft hij dan ook: “Fundamentalistische religies zijn de grootste vijand van de mensheid.” Ze zijn uiterst gevaarlijk, aldus Baigent, “want fundamentalisten van alle religies bepalen een fors deel van de politieke agenda in de wereld.” (p.20). Jeruzalem is de stad die door deze drie religies wordt geclaimd als centraal gegeven. Om deze stad zal dan ook de eindstrijd losbarsten.

De eerste strijd om Jeruzalem, waarbij twee of drie van deze religies betrokken waren, vond plaats in 1099. Op 15 juli van dit jaar veroverden de kruisvaarders de “heilige stad” en richtten er een gruwelijk bloedbad aan. De strijd tussen de religies is nooit meer geluwd en duurt voort tot in onze eeuw, zowel tussen Israël en de Palestijnen als in Europa en Amerika, getuige de aanslagen in o.a. New York, Madrid en Londen. De islamitische terroristen gaan het verst door zichzelf op te blazen in de verwachting met zeventig maagden te mogen verkeren. Maar het gaat Baigent vooral om de christelijke fundamentalisten in de Verenigde Staten, die verwachten dat in de eindtijd het jodendom Christus als zaligmaker zal gaan belijden. Als dit gebeurd is, zal het einde der tijden daar zijn. De moskeeën in Jeruzalem zullen vernietigd worden, de tempel zal weer opgebouwd worden en er zal worden geofferd. Een predikant, Clyde Lott, begon al vast in samenwerking met rabbijn Chaim Richman, directeur van het Tempel Instituut, een rode koe te fokken, een dier dat onmisbaar in de tempeldienst schijnt te zijn.

De auteur geeft dan een exegetische beschrijving van Openbaring, zoals deze fundamentalisten die hanteren. Het is echt huiveringwekkend. De prediker John Hagee schrijft “dat Jezus zal komen ‘om zijn vijanden te vertrappen tot hun bloed Zijn gewaden bevlekt’” (p. 73). We zouden hierom kunnen glimlachen, als de situatie niet zo gevaarlijk zou zijn. George Bush sr. stond zwaar onder invloed van deze christenen. De auteur Chris Hedges schrijft dat 45 Republikeinse senatoren en 186 leden van het Huis van Afgevaardigden aanhangers zijn van wat hij de ‘christelijke fascisten’ noemt. Niet voor niets gebruikte Bush de term ‘kruistocht’. Hij bedoelde dit heel letterlijk, het zou een kruistocht zijn tegen Satan zelf die alle problemen in het Midden-Oosten veroorzaakt. De vijand is in zijn ogen een geestelijke vijand, hij wordt het vorstendom van de duisternis genoemd. Daar werd dus de Amerikaanse krijgsmacht tegen ingezet. Bush heeft letterlijk gezegd: “Ik geloof dat God wil dat ik president ben.” (p 162). God was in het Witte Huis aanwezig! Baigent beschrijft dit alles uitvoerig en gedocumenteerd. Organisaties die deze gedachten koesteren zijn er vele, Baigent noemt ze: Christian Right, de Southern Baptist Conventione, enzovoort. Dit alles begon overigens al onder Reagan. Ook de Tea Party is een tak van deze fundamentalistische boom. In de islam komen deze opvattingen eveneens voor, de auteur Da´ud verkondigt dezelfde krijgslustige ideeën vanuit een islamitisch gezichtspunt. Zo claimen de drie religies Jeruzalem. “Het is dus zo dat op dezelfde manier waarop de fundamentalistische Joden Jeruzalem en deze heilige rots beschouwen als het punt waar ‘God de daad van de schepping begon’, de fundamentalistische moslims Jeruzalem en de funderingssteen op de Tempelberg beschouwen als een cruciale plek in het leven van Mohammed en zijn overhandiging van de islam aan zijn volk”. (p. 225).

De confrontatie tussen deze religies is bedreigend voor de hele wereld. Baigent schrijft dat we de Rubicon al zijn overgestoken. Hij pleit uiteindelijk voor een maatschappij die verschillende expressies van Goddelijkheid accepteert, aan iedereen een pad toestaat. Dit gebeurt nu (nog?) niet, islamieten verfoeien soefi’s en alevieten, fundamentalistische christenen de vrijzinnigen. Baigent suggereert dat het monotheïstische geloof onverdraagzaamheid bevordert. “Al wat we nodig hebben is een ander gezichtspunt en, uiteraard, enige moed.” Zo luidt de laatste zin van dit uiterst belangwekkende en onthullende boek.

 

Wim Kleisen

Andries Hoogerwerf, De politiek en de dood. Oorlog en vrede opnieuw bezien. Damon, € 20.90

Heb ik net de boeken uit de jaren van de vredesbeweging naar de boekenmarkt in Delden gebracht, komt het nieuwe boek van onze stadgenoot prof. Andries Hoogerwerf binnen. Dat is natuurlijk geen probleem, want we zijn nu twintig tot dertig jaar verder en er is heel wat veranderd. Dit boek vervangt de verwijderde boeken heel goed.
De auteur heeft een vracht documentatie doorgewerkt. Maar dit boek is geen omgevallen boekenkast. Hij gebruikt de documentatie voor een feitelijk betoog, hoewel hij ook zijn eigen mening daarnaast verstrekt, maar steeds genuanceerd. Zo schrijft hij al in het eerste hoofdstuk (p. 11): “Een groot raadsel is hoe overheden, die volgens een eeuwenoude visie vooral tot taak hebben mensen te beschermen, ertoe kunnen komen een deel van hun eigen volk massaal te doden.” En – nog een voorbeeld – op p. 128 schrijft hij over het vetorecht in de Veiligheidsraad: “Het is vooral in het belang van de vijf permanente leden, want het voorkomt dat een besluit tegen de wil van één of meer van deze grote landen wordt genomen. Maar indirect is het ook in het belang van andere landen, want het beperkt de kans op een conflict en eventueel een oorlog met een groot land.”
Het begrip oorlog wordt van alle mogelijke kanten belicht en vaak uitvergroot. In het eerste hoofdstuk neemt de auteur een voorschot op de beschrijving van de problematiek en licht hij de opzet van het boek toe. Je doet er goed aan dit bij verdere lezing bij de hand te houden. Met als cases o.a. de oorlog in Irak, de Cubacrisis en het vredesakkoord tussen Egypte en Israël bespreekt Hoogerwerf de effecten van politiek leiderschap, van diplomatie en politiek beleid. Overigens komt hier ook Zum ewigen Frieden van de filosoof Kant aan de orde. Het valt op dat de auteur in dit boek een stevig aantal filosofische visies bespreekt, hoewel hij geen politiek filosoof genoemd wil worden.
Vervolgens wordt het geweld als individueel verschijnsel besproken, maatschappelijke oorzaken, menselijke neigingen en de psychologie van dictators als Hitler en Stalin passeren de revue. Terecht wordt Erich Fromm hier als bron gebruikt.
Ook de cultuur is een bepalende factor. Is er sprake van een militaristische samenleving, dan is het risico van oorlog groot. Pacifisme en geweldloos verzet worden in dit vierde hoofdstuk beschreven als factoren in het oorlogsgebeuren.
De factor macht is het onderwerp van het zesde hoofdstuk, ook het ontbreken van macht in falende staten en het verschijnsel terrorisme.
In het zesde hoofdstuk wordt ongelijkheid in welvaart en macht besproken en in het zevende wordt een hele reeks nationale en internationale conflicten geanalyseerd. Hier biedt de auteur ons soms al mogelijkheden tot oplossing van conflicten, bijvoorbeeld de Israëlisch-Palestijnse kwestie. Dit zet hij in 8 en 9 voort, zoals samenwerking en het oprechte streven naar internationale overeenkomsten.
In het tiende hoofdstuk rondt Hoogerwerf zijn boek af, samenvattend, concluderend en suggererend. De titel van het boek komt als hoofdstuktitel terug. Hij heeft ons een rijk boek geschonken, vol met inzichten van tal van auteurs, die hij met vaste hand in het betoog invlecht. Hij brengt een evenwichtig geheel van historische feiten, filosofische visies, mogelijkheden om vrede te bewerkstelligen c.q. te handhaven. Hij combineert een objectieve schrijfstijl met een toch persoonlijke benadering. Het boek eist nauwkeurige lezing en nodigt uit tot gesprek, eventueel ook in gemeenteverband.

Smit, W.A.P., Ontmoeting met de dood

W.A.P. Smit was een befaamde hoogleraar Nederlands in Utrecht, een Vondelkenner, maar ook goed thuis in bijvoorbeeld de letterkunde van de twintigste eeuw In het laatste jaar, toen hij ziek te bed lag, heeft hij met de naderende dood voor ogen een honderdtal kwatrijnen geschreven. Ze zijn uiteraard zeer persoonlijk, maar je leest ze geboeid.

Jongh, Dr. E.D.J. de Jongh, Hannes de Graaf. Een leven van bevrijding

Aan de preken van Prof. J. Hannes) de Graaf heb ik dankbare herinneringen. Dick de Jonh schreef een biografie, zijn tweede. De eerste was aan ds. Buskes gewijd. Ook een pacifist. Beide namen zijn gegraveerd in onze maatschappelijke geschiedenis en in de kerkgeschiedenis. De biografie is zZeer uitvoerig, zeer gedetailleerd. Ik had wel graag de grote lijn wat meer geaccentueerd gezien.

Mirjam van Veen, Koppig profeet en wereldsgeleerde. Een boekje open over Johannes Calvijn

Dr. Mirjam van Veen promoveerde in 2001 op een proefschrift over de polemiek tussen Coornhert en Calvijn. Zij heeft nu twee boeken gepubliceerd, waarin zij achtereenvolgens Calvijn en Coornhert tot onderwerp heeft gekozen. Het boekje over Calvijn is uitgekomen in de Toerreeks waarmee men het gesprek in de gemeente over allerlei thema’s wil stimuleren. Dat houdt in dat in de reeks bevattelijk geschreven boekjes moeten zijn opgenomen. Dat geldt in ieder geval voor dit boekje. In 66 pagina’s schrijft Mirjam van Veen een helder portret van de Geneefse hervormer.
In de Inleiding geeft Van Veen een beknopte typering van Calvijn. Dan geeft zij een kort overzicht van de jeugd en de studie van Calvijn en de maatschappij waarin hij opgroeit en zijn loopbaan begint. Hij breekt zijn loopbaan echter af na zijn medewerking aan een rectoraatsrede in Parijs die nogal wat stof deed opwaaien en verlaat Frankrijk. In 1535 komt hij in Bazel aan, toevluchtsstad voor vele dissidente christenen.hij publiceert er de eerste versie van de Institutie en wordt aan het hof van Ferrare uitgenodigd, waar verlichte katholieke opvattingen heersten. Hij wordt daar genoodzaakt te vertrekken en vestigt zich in Genève.
Daar wil hij in samenwerking met Guillaume Farel een “rijk van Christus” te vestigen. Dank zij de hervormer Zwingli was de stad al met een aantal andere steden tot het protestantisme overgegaan. Calvijn blijkt echter geen oog voor de werkelijkheid te hebben, hij en Farel treden veel te radicaal op, zodanig dat het stadsbestuur in 1538 het tweetal de stad uitwijst.
Calvijn komt in Straatsburg terecht onder de hoede van de “irenische reformator” Martin Bucer, die hem de kleine Franse vluchtelingengemeente als werkterrein toewijst. Daar trouwt hij, zet zijn theologische arbeid voort en ontwikkelt hij zijn ideeën over de organisatie van de gemeente en de – sobere- liturgie. Hij publiceert een studie over de brief van Paulus aan de Romeinen. Het is opvallend dat veel grote theologen in de eerste jaren van hun loopbaan over deze brief publiceerden. Zijn opvatting over voorzienigheid en predestinatie maken veel discussie los.
In 1541 vraagt de stadsraad van Genève hem terug te komen en zijn werk daar te hervatten. Op advies van Bucer doet hij dit zonder Farel. Die twee wakkerden elkaars radicale opvattingen toch wat te veel aan. Opnieuw probeert hij een rijk van Christus te vestigen, waarin alle “ijdel vermaak” wordt verboden, herbergbezoek en kaartspel zijn bijvoorbeeld uit den boze. Nu blijkt dat Calvijn een beter geleerde dan bestuurder is. In de laatste hoedanigheid heeft hij toch te weinig zicht op de realiteit en de menselijke zwakheden. Hij treedt te rigoureus op en verbiedt kinderen te vernoemen naar locale heiligen. Een vader wordt tot gevangenisstraf veroordeeld, omdat hij zijn zoon Claude niet de naam Abraham wil geven. Calvijn zag blijkbaar niet in dat hij zo de vernoeming van vaders en grootvaders onmogelijk maakte.
Erger is nog dat hij zijn theologische opvattingen tot absolute waarheid verhief. De Spanjaard Miguel Servet vluchtte voor de Inquisitie naar Genève op grond van zijn unitarische opvatting. Unitariërs ontkennen de Drieëenheid van God. Mede door toedoen van Calvijn werd hij gearresteerd en verbrand. Naar mijn mening toonde Calvijn zich in deze aangelegenheid te veel een geestdrijver om hem te kunnen bewonderen. Dat hij de kerk in Nederland sterk heeft beïnvloed, moet daarbij wel gezegd worden.

Pascal Mercier, Lea

Pascal Mercier is het pseudoniem van de Duitse filosoof Peter Bieri. Hij was al bekend door zijn ook in het Nederlands vertaalde Das Handwerk der Freiheit, een filosofisch werk (2001). Daarna schreef hij Nachtzug nach Lissabon, vertaald als Nachttrein naar Lissabon. Dit boek had terecht groot succes. Inmiddels heeft hij nog twee romans geschreven, De pianostemmer en Lea. De pianostemmer heb ik nog niet gelezen. Lea is ook een uiterst intrigerend boek, kortweg gezegd het verhaal van briljante violiste met faalangst, door haar vader verteld. De lezer moet meemaken dat de hoofdpersonen in het verhaal meedogenloos door omstandigheden naar een catastrofe worden gevoerd.
Ik mis in het boek de filosofische verdieping die in Nachttrein naar Lissabon zo’n grote rol speelden. Maar ondanks dit moet ik zeggen dat het boek een fascinerend reeks van gebeurtenissen vertoont.